Les 19: Neoklassieke kunst

Uw cursus:

  • 40 lessen voor slechts € 69,50

  • Geen inschrijvingskosten

  • Videolessen door 40 AI-instructeurs

  • 24/7 ondersteuning door Jacky, uw AI-assistente

  • Hoogwaardige teksten en meer dan duizend afbeeldingen

  • Studeren in uw eigen tempo

  • De beste prijs voor de hoogste kwaliteit

  • Begin binnen enkele minuten

 


Terug naar de oudheid, de wereld van het neoclassicisme

Vanaf ongeveer 1760, en zeker na het uitbreken van de Franse Revolutie in 1789, groeide in Europa een duidelijke reactie op het weelderige uiterlijk van barok en rococo. De uitbundige krullen, zware decoraties en theatrale effecten pasten minder goed bij een tijd waarin men sprak over burgerrechten, staatsinrichting en rationeel denken. De samenleving veranderde, en de kunst veranderde mee.
In de architectuur keerde men terug naar de strengere en evenwichtigere vormen van de Griekse en Romeinse oudheid. Rechte lijnen, duidelijke verhoudingen, zuilenorden en driehoekige frontons kregen opnieuw betekenis. Deze nieuwe richting werd de neoklassieke stijl genoemd. Net als tijdens de renaissance zochten kunstenaars niet naar vernieuwing om de vernieuwing zelf, maar naar een heroriëntatie op wat zij als fundament zagen. De klassieke oudheid bood hun geen decoratief repertoire, maar een maatstaf. In haar vormentaal meenden zij helderheid, waardigheid en morele ernst te herkennen.
Dat maakt het neoclassicisme meteen anders dan de rococo die eraan voorafging. Waar de rococo vaak speelde met lichte kleuren, speelse asymmetrie en aristocratische elegantie, zocht het neoclassicisme naar orde, beheersing en voorbeeldigheid. Deze stijl werd daarom vooral toegepast bij openbare gebouwen, stadhuizen, rechtbanken, academies, musea en ruime woningen voor welgestelden. Zulke bouwwerken moesten geen grilligheid of overvloed tonen, maar betrouwbaarheid en stabiliteit. Met zuilen, timpanen en strakke symmetrie liet men zien dat hier gezag, orde en duurzaamheid centraal stonden.

Classicisme

De hernieuwde belangstelling voor de oudheid sloot naadloos aan bij de ideeën van de Verlichting. Filosofen benadrukten het belang van rede, kennis en menselijke waardigheid. Helderheid, eenvoud en evenwicht golden als idealen. De architectuur en beeldende kunst weerspiegelden deze mentaliteit. Kunst moest niet alleen aangenaam zijn voor het oog, maar ook een vorm van beschaving uitdrukken.
Toch is het belangrijk om een onderscheid te maken. Het classicisme bestond namelijk al eerder. In de 17de eeuw ontwikkelde zich, parallel aan de barok, een classicistische richting waarin regelmaat, symmetrie en een beheerste monumentaliteit belangrijk waren. In Frankrijk ontstond onder Lodewijk XIV een classicisme waarin grandeur en orde samengingen. In de Republiek sprak men van Hollands classicisme, waarin ingetogenheid en evenwicht centraal stonden.
Het 17de-eeuwse classicisme was echter geen vroege fase van het neoclassicisme. Het latere neoclassicisme ontstond in een andere wereld. Het hing samen met opgravingen, archeologisch onderzoek, wetenschappelijke studie en een nieuw geloof in opvoeding, moraal en burgerlijke deugd. Kunstenaars keken niet alleen bewonderend naar de oudheid, maar probeerden haar ook systematisch te begrijpen. Het neoclassicisme was daarom geen voortzetting van het 17de-eeuwse classicisme, maar een nieuwe interpretatie van de klassieke wereld.
Een belangrijke stem in die heroriëntatie was de Duitse kunsttheoreticus Johann Joachim Winckelmann. In het midden van de 18de eeuw publiceerde hij studies over de kunst van de oudheid die in heel Europa grote invloed kregen. Volgens hem werd de Griekse kunst gekenmerkt door wat hij “edele eenvoud en stille grootsheid” noemde. Daarmee bedoelde hij een kunst die niet overdreven of onrustig is, maar innerlijke rust en verhevenheid uitstraalt.
Winckelmann zag in de klassieke beeldhouwkunst geen koude perfectie, maar een mensbeeld waarin lichaam en geest in evenwicht zijn. Kunstenaars moesten volgens hem niet simpelweg kopiëren wat zij zagen, maar streven naar een ideaal dat boven het alledaagse uitstijgt. Zijn ideeën gaven het neoclassicisme een intellectuele onderbouwing. De terugkeer naar de oudheid was geen nostalgie, maar een bewust esthetisch en moreel programma.
Tegelijk was die terugkeer niet eenduidig. De ene kunstenaar keek vooral naar Griekenland, de ander naar Rome. In de 18de eeuw begon men duidelijker onderscheid te maken tussen Griekse en Romeinse voorbeelden. Ook de prenten van Giovanni Battista Piranesi speelden daarin een grote rol. Zijn indrukwekkende etsen van Romeinse ruïnes maakten de oudheid niet alleen zichtbaar, maar ook monumentaal en meeslepend.

Anfiteatro Flavio detto il Colosseo, Giovanni Battista Piranesi. Ets waarin het Colosseum verschijnt als een monumentale ruïne en de grootsheid van het antieke Rome opnieuw zichtbaar wordt. 18de eeuw, Rome. Ⓟ Publiek domein
Anfiteatro Flavio detto il Colosseo, Giovanni Battista Piranesi. Ets waarin het Colosseum verschijnt als een monumentale ruïne en de grootsheid van het antieke Rome opnieuw zichtbaar wordt. 18de eeuw, Rome. Ⓟ Publiek domein

Daardoor leefde het neoclassicisme vanaf het begin in een spanningsveld tussen Griekse zuiverheid en Romeinse grootsheid. 
Nog vóór het neoclassicisme zich volledig had ontwikkeld, bestonden er in Noord-Europa al gebouwen waarin de klassieke vormentaal een rustige en beheerste uitstraling kreeg. Zulke voorbeelden laten goed zien dat de weg naar het neoclassicisme niet plotseling begon, maar werd voorbereid door een langere traditie van classicistische architectuur.

Landgoed Oldengaerde, verbouwd 1717 in classicistische stijl met timpaan en Ionische pilasters. Westeinde bij Dwingeloo, Drenthe.
Landgoed Oldengaerde. Na de verbouwing kreeg het huis een classicistische vorm met een timpaan en Ionische pilasters. Zo laat het zien dat de klassieke vormentaal in Noord-Nederland al bestond vóór het neoclassicisme.1717, Westeinde bij Dwingeloo, Drenthe. Foto: Ronnie Rokebrand

De voorgevel toont een driehoekig timpaan en halfzuilen met Ionische kapitelen. De lijnen zijn strak en de symmetrie is duidelijk zichtbaar. Het gebouw straalt rust en evenwicht uit, zonder de uitbundigheid van de barok. Toch hoort dit nog niet tot het volle neoclassicisme van de latere 18de eeuw. Daarvoor is de band met de oudere traditie van het classicisme nog te sterk. Het is eerder een voorloper, een vroeg teken van de waardering voor klassieke orde die later een nieuwe en bredere betekenis zou krijgen. 
Een van de bekendste voorbeelden van Hollands classicisme is het voormalige stadhuis op de Dam in Amsterdam.

Het stadhuis op de Dam, Gerrit Adriaensz. Berckheyde, 1672, monumentaal voorbeeld van Hollands classicisme ontworpen door Jacob van Campen.
Het stadhuis op de Dam, Gerrit Adriaensz. Berckheyde. Monumentaal voorbeeld van Hollands classicisme, ontworpen door Jacob van Campen, waarin stedelijk gezag en architectonische orde samenkomen. 1672, Rijksmuseum, Amsterdam. Ⓟ Publiek domein

Het gebouw werd tussen 1648 en 1655 opgetrokken naar een ontwerp van Jacob van Campen. Het symboliseerde de macht van de Amsterdamse regenten en presenteerde de stad als het centrum van handel en bestuur. De gevel is symmetrisch opgebouwd, met een vooruitstekend middendeel en een driehoekig fronton met beeldhouwwerk. Opvallend is het ontbreken van een monumentale trap. Via zeven bogen kon men het gebouw betreden. Dat paste bij het republikeinse karakter van de stad, waarin macht wel zichtbaar moest zijn, maar niet vorstelijk hoefde te worden opgevoerd. Ook hier zie je dus een klassieke vormentaal, maar nog ingebed in de wereld van de 17de eeuw en haar burgerlijke bestuur.

De oudheid opnieuw ontdekt

Wat het neoclassicisme werkelijk nieuw maakte, was dat men de oudheid in de 18de eeuw niet alleen bewonderde, maar haar ook van dichtbij begon te ontdekken. Vanaf 1738 in Herculaneum en vanaf 1748 in Pompeï brachten opgravingen een verdwenen wereld stap voor stap weer tevoorschijn. Muren, fresco’s, beelden, gebruiksvoorwerpen en complete huizen lieten zien hoe de Romeinen hadden geleefd. Wat men eerder vooral uit teksten en losse beelden kende, verscheen nu als een concrete leefwereld met straten, interieurs en voorwerpen uit het dagelijks bestaan. 
Rome werd in deze periode opnieuw een van de belangrijkste centra van de kunstwereld. Jonge kunstenaars, architecten en welgestelde reizigers trokken naar Italië om antieke resten met eigen ogen te bestuderen. Deze studiereis, bekend als de Grand Tour, gold als een onmisbaar onderdeel van culturele vorming. Men tekende ruïnes, bestudeerde sculpturen en bezocht ateliers waar klassieke vormen opnieuw werden geïnterpreteerd. De stad functioneerde als een levend openluchtmuseum. Hier ontmoetten kunstenaars uit Frankrijk, Duitsland, Engeland, Nederland, België en Scandinavië elkaar. Ideeën werden uitgewisseld, schetsboeken gevuld en theorieën besproken. Het neoclassicisme was daardoor niet slechts een nationale stijl, maar een Europees netwerk van kunstenaars die zich gezamenlijk op de oudheid oriënteerden.
Naast werkelijk gebouwde architectuur kende deze tijd ook een meer visionaire kant. Sommige architecten tekenden gebouwen die nooit zouden worden gerealiseerd, maar die des te sterker lieten zien hoe groots het denken in klassieke vormen kon worden. De beroemdste van hen was Étienne-Louis Boullée. Zijn ontwerp voor een cenotaaf voor Newton uit 1784, een reusachtige bolvormige gedenkbouw, was niet bedoeld als praktische architectuur, maar als een monument voor de rede en de kosmos. 

Cenotaaf voor Newton, Étienne-Louis Boullée. Visionair ontwerp voor een reusachtig bolvormig gedenkmonument waarin architectuur, kosmos en verlichtingsdenken samenvallen tot een bijna utopisch beeld van de rede. 1784. Ⓟ Publiek domein
Cenotaaf voor Newton, Étienne-Louis Boullée. Visionair ontwerp voor een reusachtig bolvormig gedenkmonument waarin architectuur, kosmos en verlichtingsdenken samenvallen tot een bijna utopisch beeld van de rede. 1784. Ⓟ Publiek domein

Wat u gaat leren:

  • Ontdek alle kunststromingen en periodes

    Maak kennis met alle bekende kunststromingen en periodes, zoals primitieve kunst, oude Griekse kunst, de Renaissance, Romantiek, Impressionisme, Modernisme en hedendaagse kunst. Daarnaast besteden we uitgebreid aandacht aan niet-westerse kunst, waaronder Islamitische kunst, Hindoeïstische kunst, Chinese kunst, Oceanische kunst en Afrikaanse kunst, en de globalisering van de kunstwereld.

  • Alle beroemde kunstenaars en hun meesterwerken

    Deze cursus belicht de belangrijkste kunstenaars zoals Sultan Muhammad, Fan Kuan, Leonardo da Vinci, Michelangelo, Utagawa Hiroshige, Vincent van Gogh, Ilja Repin, Pablo Picasso, Marc Chagall, Frida Kahlo, Andy Warhol, Keith Haring, Banksy en vele anderen. Ontdek hun meest invloedrijke werken en hun impact op de kunstgeschiedenis.

  • Culturele en historische context

    Onze cursus richt zich op de culturele, sociale, politieke en economische omstandigheden waarin kunstwerken zijn gemaakt. Dit biedt u een breed zicht op hoe kunst de samenleving weerspiegelt en beïnvloedt.

  • Diverse media en technieken

    Ontdek diverse kunstvormen en technieken, van schilderen en beeldhouwen tot prentkunst, fotografie en digitale kunst. Verbreed uw kennis en waardering voor de verschillende manieren waarop kunst tot leven komt.