Les 24: De Haagse School

Uw cursus:

  • 40 lessen voor slechts € 69,50

  • Geen inschrijvingskosten

  • Videolessen door 40 AI-instructeurs

  • 24/7 ondersteuning door Jacky, uw AI-assistente

  • Hoogwaardige teksten en meer dan duizend afbeeldingen

  • Studeren in uw eigen tempo

  • De beste prijs voor de hoogste kwaliteit

  • Begin binnen enkele minuten

 

Het Hollandse landschap opnieuw gezien

‘Ik schilder geen koeien, maar lichteffecten.’
— Willem Maris

In de 19de eeuw stonden Nederlandse kunstschilders nog sterk onder invloed van de grote meesters uit de 17de eeuw. Namen als Rembrandt, Ruisdael en Vermeer golden als voorbeelden van een gouden tijd waarin de schilderkunst haar hoogste vorm zou hebben bereikt. Op de kunstacademies werd die traditie zorgvuldig doorgegeven. Studenten leerden hoe zij een landschap volgens vaste regels moesten opbouwen, hoe zij licht en donker konden modelleren en hoe zij een voorstelling een waardige, harmonieuze ordening konden geven.
In kunsthistorisch opzicht staat de Haagse School precies tussen twee werelden. Aan de ene kant sloot zij aan bij het realisme, met zijn aandacht voor het gewone leven en het directe waarnemen van de werkelijkheid. Tegelijkertijd groeide in deze schilderkunst een steeds grotere gevoeligheid voor licht, atmosfeer en het vluchtige moment. Daarmee vormt de Haagse School, terugkijkend, een brug tussen het realisme van de 19de eeuw en het impressionisme dat in Europa opkwam.
Halverwege de 19de eeuw begon langzaam iets te veranderen. De wereld om de kunstenaars heen veranderde immers ook. Dorpen groeiden, steden breidden zich uit en de samenleving werd moderner en mobieler. Spoorverbindingen maakten het gemakkelijker om naar buitengebieden te reizen, terwijl verf in tubes het werken in de openlucht praktischer maakte. Tegelijkertijd groeide bij kunstenaars de behoefte om niet langer alleen naar het verleden te kijken, maar ook naar hun eigen tijd.
In Frankrijk hadden kunstenaars van de School van Barbizon al een nieuwe richting ingeslagen. Zij trokken het bos van Fontainebleau in om daar direct in de natuur te schilderen. Het landschap werd niet langer een zorgvuldig gecomponeerde achtergrond, maar een levende werkelijkheid waarin licht en atmosfeer voortdurend veranderden.
Nederlandse kunstenaars raakten diep onder de indruk van deze manier van werken. Schilders als Jozef Israëls, Willem Roelofs, Anton Mauve en de broers Jacob en Willem Maris reisden naar Frankrijk en maakten kennis met het schilderen en plein air, het werken in de open lucht, midden in het landschap zelf.
De nieuwe manier van kijken naar de natuur bleef niet beperkt tot Frankrijk. Ook in Nederland begonnen kunstenaars het landschap anders te benaderen. Nog voordat Den Haag het centrum van deze schilderkunst werd, ontmoetten verschillende schilders elkaar in Oosterbeek, een dorp bij Arnhem. Daar trokken zij samen de natuur in om het landschap rechtstreeks te schilderen. Vanwege die verwantschap met de Franse voorbeelden werd Oosterbeek later wel het ‘Hollandse Barbizon’ genoemd.
Een belangrijke figuur in deze vroege ontwikkeling was Gerard Bilders. Hij zocht naar een schilderkunst waarin het Hollandse landschap niet hard en helder werd weergegeven, maar in zachte, atmosferische tonen. Zijn ideaal van een “warm grijs” zou later sterk verbonden raken met de Haagse School. Daarmee werd grijs geen teken van somberheid, maar een middel om vochtige lucht, getemperd licht en subtiele stemming zichtbaar te maken.
In Weiland bij Oosterbeek wordt dat vroege zoeken naar toon en atmosfeer al zichtbaar. Bilders koos niet voor een spectaculair uitzicht, maar voor een eenvoudig weiland met koeien onder wilgen. Juist dat gewone motief is belangrijk. Het landschap wordt niet verheven door drama, maar door licht, lucht en stemming. Daarmee wijst Weiland bij Oosterbeek vooruit naar de gevoeligheid die later zo kenmerkend zou worden voor de Haagse School.

Weiland bij Oosterbeek, Gerard Bilders. Vroeg landschap waarin koeien rusten in een weiland bij Oosterbeek. Het eenvoudige motief, de zachte toon en de aandacht voor atmosfeer wijzen vooruit naar het warme grijs en de ingetogen landschapskunst van de Haagse School, 1860, Rijksmuseum, Amsterdam. Ⓟ Publiek domein
Weiland bij Oosterbeek, Gerard Bilders. Vroeg landschap waarin koeien rusten in een weiland bij Oosterbeek. Het eenvoudige motief, de zachte toon en de aandacht voor atmosfeer wijzen vooruit naar het warme grijs en de ingetogen landschapskunst van de Haagse School, 1860, Rijksmuseum, Amsterdam. Ⓟ Publiek domein

Wat deze kunstenaars ontdekten, sloot verrassend goed aan bij hun eigen omgeving. Ook Nederland kende een landschap waarin licht, lucht en water voortdurend op elkaar reageren: wolken schuiven over weilanden, sloten spiegelen de hemel en de horizon lijkt eerder te ademen dan stil te staan.
Jacob Maris laat in Kippetjes voeren zien hoe het eenvoudige dagelijkse leven een nieuwe schilderkunstige waardigheid kreeg. Niet het grote historische gebaar stond centraal, maar een meisje in een tuin, kippen, zonnebloemen, licht en stilte. In zo’n klein tafereel wordt zichtbaar hoe de blik van kunstenaars verschoof: van verheven onderwerpen naar de poëzie van het gewone bestaan.

Kippetjes voeren, uit 1866, van de kunstschilder Jacob Maris van de Haagsche School.
Kippetjes voeren, Jacob Maris. Intiem tafereel waarin een boerenmeisje kippen voert in een eenvoudige tuin. Het zachte licht en de rustige compositie tonen de belangstelling van de Haagse School voor het dagelijkse leven op het platteland, 1866, Rijksmuseum, Amsterdam. Ⓟ Publiek domein

Vanuit deze eerste experimenten ontwikkelde zich in de tweede helft van de 19de eeuw een nieuwe schilderkunst die later bekend zou worden als de Haagse School. Kunstenaars begonnen hun eigen landschap opnieuw te bekijken; niet langer als een romantisch decor, maar als een werkelijkheid waarin atmosfeer en licht een hoofdrol speelden.
Vooral de kust bij Scheveningen en de vlakke polders rondom Den Haag werden geliefde plekken om te schilderen. Het vissersdorp groeide al snel uit tot een belangrijk centrum voor kunstenaars. Scheveningen bood niet alleen een open horizon en wisselende weersomstandigheden, maar ook een gemeenschap waarin arbeid, natuur en dagelijks leven nauw met elkaar verbonden waren. Hier ontmoetten zee, lucht en land elkaar in een voortdurend wisselend spel van wolken, wind en licht.
Het landschap leek er bijna oneindig, met lage horizonten en luchten die soms twee derde van het doek vullen. Die nadruk op lucht en ruimte werd een van de belangrijkste kenmerken van de Haagse School. Het landschap werd geen toneel meer voor dramatische gebeurtenissen, maar een ervaring van ruimte, licht en stilte.
Een schilder die deze nieuwe blik op het landschap bijzonder overtuigend wist te verbeelden was Willem Roelofs. In De regenboog zien we weiden onder een zware wolkenlucht, terwijl een baan zonlicht en een regenboog het landschap plotseling veranderen. Roelofs schildert hier geen neutraal uitzicht, maar een moment waarop de natuur even openbreekt.

De regenboog, uit 1875 van Willem Roelofs (Haagse School). Op het schilderij schijnt de zon door de donkere luchten op de weilanden. Een fraaie en kleurrijke regenboog betoverd de hemel, met er voor opvliegende vogels. De koeien staan in het donker op de voorgrond. Een echt Nederlands meesterwerk uit de Haagse School. Locatie: Dit schilderij van Willem Roelofs hangt in het Kunstmuseum Den Haag, in de gelijknamige stad. 
De regenboog, Willem Roelofs. Landschap waarin een regenboog boven de weilanden verschijnt terwijl het zonlicht door de zware wolken breekt. Het schilderij laat zien hoe belangrijk lucht en atmosfeer zijn in de schilderkunst van de Haagse School, 1875, Kunstmuseum Den Haag, Den Haag. Ⓟ Publiek domein

Het landschap wordt in De regenboog niet alleen geschilderd om zijn schoonheid, maar vooral om de ervaring die het bij de beschouwer oproept. De kleuren zijn gedempt, maar het licht geeft het geheel een bijna innerlijke spanning. Grijzen, bruinen en blauwgroene tinten domineren het palet. Daardoor kregen de kunstenaars van de Haagse School soms de bijnaam de ‘grijze school’.

Wat u gaat leren:

  • Ontdek alle kunststromingen en periodes

    Maak kennis met alle bekende kunststromingen en periodes, zoals primitieve kunst, oude Griekse kunst, de Renaissance, Romantiek, Impressionisme, Modernisme en hedendaagse kunst. Daarnaast besteden we uitgebreid aandacht aan niet-westerse kunst, waaronder Islamitische kunst, Hindoeïstische kunst, Chinese kunst, Oceanische kunst en Afrikaanse kunst, en de globalisering van de kunstwereld.

  • Alle beroemde kunstenaars en hun meesterwerken

    Deze cursus belicht de belangrijkste kunstenaars zoals Sultan Muhammad, Fan Kuan, Leonardo da Vinci, Michelangelo, Utagawa Hiroshige, Vincent van Gogh, Ilja Repin, Pablo Picasso, Marc Chagall, Frida Kahlo, Andy Warhol, Keith Haring, Banksy en vele anderen. Ontdek hun meest invloedrijke werken en hun impact op de kunstgeschiedenis.

  • Culturele en historische context

    Onze cursus richt zich op de culturele, sociale, politieke en economische omstandigheden waarin kunstwerken zijn gemaakt. Dit biedt u een breed zicht op hoe kunst de samenleving weerspiegelt en beïnvloedt.

  • Diverse media en technieken

    Ontdek diverse kunstvormen en technieken, van schilderen en beeldhouwen tot prentkunst, fotografie en digitale kunst. Verbreed uw kennis en waardering voor de verschillende manieren waarop kunst tot leven komt.