Les 25: De Larense School

Uw cursus:

  • 40 lessen voor slechts € 69,50

  • Geen inschrijvingskosten

  • Videolessen door 40 AI-instructeurs

  • 24/7 ondersteuning door Jacky, uw AI-assistente

  • Hoogwaardige teksten en meer dan duizend afbeeldingen

  • Studeren in uw eigen tempo

  • De beste prijs voor de hoogste kwaliteit

  • Begin binnen enkele minuten

 

Een dorp waar schilders neerstreken

‘Eerst waren het merendeels schilders, die hun baard lieten staan, en er door hun ezel begeleid op uit trokken om hier of daar een brokje natuur te verschalken…’
— Adriaan Roland Holst, 1957

Aan het einde van de 19de eeuw veranderde het rustige Gooise dorp Laren langzaam in een ontmoetingsplaats voor kunstenaars. Schilders, schrijvers en dichters trokken naar het gebied om er het landschap, het boerenleven en de bewoners vast te leggen. Wat begon als een toevallige ontdekking groeide uit tot een van de bekendste kunstenaarskolonies van Nederland.
De Larense School was geen school in de strenge zin van het woord. Er was geen gezamenlijk manifest, geen vaste techniek en geen precies afgebakende stijl. Het ging eerder om een plaatsgebonden kunstenaarswereld; een gemeenschap van schilders die in en rond Laren en Blaricum motieven vonden die hen bleven bezighouden. Zij schilderden heidevelden, zandwegen, boereninterieurs, dorpsgezichten, kinderen, oude mensen, schapen, koeien en licht dat door kleine ramen of over open velden viel.
Dat maakt ook Meisje met bloem, de afbeelding bovenaan dit hoofdstuk, zo passend als opening. Albert Neuhuys toont geen groot gebaar, maar een kind met een bloem, gevangen in zacht licht. Juist die aandacht voor nabijheid, eenvoud en stille menselijkheid hoort bij de kern van de Larense School.

De ontdekking van Laren

Een van de eersten die het dorp ontdekte was Jozef Israëls. Rond 1870 bezocht hij Laren samen met zijn zoon, de schilder Isaac Israëls. Jozef was diep onder de indruk van het eenvoudige dorpsleven en het uitgestrekte landschap. Terug in Den Haag vertelde hij enthousiast over zijn ontdekking aan zijn vrienden en collega-schilders, onder wie Anton Mauve en Albert Neuhuys.
Niet lang daarna reisden ook zij naar het Gooi. Wat zij aantroffen was een landschap dat sterk verschilde van de drukke steden van die tijd. Heidevelden, zandwegen, kleine boerderijen en eenvoudige dorpsbewoners vormden een wereld die nog weinig door de moderne tijd leek te zijn aangetast. Langzaam begonnen steeds meer kunstenaars zich in het dorp te vestigen. Onder hen bevonden zich Hein Kever, Willem Steelink jr., Hendrik Valkenburg, Wally Moes en Arina Hugenholtz. Laren en het nabijgelegen Blaricum groeiden zo uit tot een levendige kunstenaarsgemeenschap.
Het dorpsleven zelf werd al snel een geliefd onderwerp. In Kerkuitgang te Laren van Arina Hugenholtz zien we hoe de dorpsgemeenschap zich rond de kerk verzamelt en daarna weer uitwaaiert over de brink. Zo’n tafereel oogt eenvoudig, maar is rijk aan betekenis. Het laat zien hoe kerk, winter, kleding, dorpsruimte en sociale samenhang met elkaar verbonden waren.

Kerkuitgang te Laren, aquarel van Arina Hugenholtz. Op dit werk zien we de boerenbevolking de kerk verlaten op een koude winterdag. De kale bomen steken scherp af tegen de winterlucht, terwijl het gedempte licht uit de kerk naar buiten straalt. Hugenholtz werkte hier met waterverf en krijt. In haar kleurgebruik is de invloed van Anton Mauve duidelijk herkenbaar. Het werk werd ooit rechtstreeks gekocht door Anna Singer en bevindt zich nog altijd in de collectie van het Singer Museum.
Kerkuitgang te Laren, Arina Hugenholtz. Aquarel waarop de boerenbevolking de kerk verlaat op een koude winterdag; de kale bomen, de winterlucht en het gedempte licht maken het dorpsleven rond 1900 voelbaar, Singer Museum, Laren. Ⓟ Publiek domein

Het schilderij geeft een mooi beeld van het Laren dat kunstenaars aantrok. De mensen zijn warm gekleed tegen de winterkou en verspreiden zich langzaam over de brink. Zulke momenten waren voor de schilders van de Larense School niet te eenvoudig of te gewoon. Integendeel, juist in deze kleine taferelen zagen zij een wereld die elders al snel aan het verdwijnen was.

Het Gooi als landschap en leefwereld

Het succes van de Larense School was nauw verbonden met het landschap van het Gooi. Rond Laren en Blaricum lag een gevarieerd gebied met heidevelden, zandgronden, akkers en weilanden. In de verte lagen de voormalige Zuiderzee en de monding van de rivier de Eem. Aan de ene kant waren er bossen en heidevelden, aan de andere kant uitgestrekte weilanden met koeien en slootjes waarin het licht van de lucht werd weerspiegeld. Ertussen lagen de dorpen met de boerderijen.
Voor kunstenaars bood dit landschap een grote variatie aan onderwerpen. Zandwegen slingerden tussen de dorpen door, op de engen bloeide boekweit en de open heide bood brede luchten en lage horizonten. Veel schilders trokken dagelijks met hun schildersezel het land in om direct in de natuur te werken. Net als de kunstenaars van Barbizon en de Haagse School probeerden zij niet alleen een landschap weer te geven, maar vooral de sfeer van het moment te vangen.
Het Gooise landschap was echter geen ongerepte wildernis. Het was een gebruikt landschap, gevormd door boeren, schapen, plaggen, zandwegen en gemeenschappelijke gronden. De erfgooiers, boeren met oude gebruiksrechten op heide, weide en bos, speelden daarin een belangrijke rol. Daardoor vormde de heide niet alleen een schilderachtig motief, maar was het ook een onderdeel van het dagelijkse bestaan. Schapen hielden de heide kort, plaggen werden gestoken voor de potstalmethode en het mengsel stro met mest werd gebruikt om de akkers vruchtbaarder te maken.
Die wisselwerking tussen landschap en arbeid zie je goed in Potstal op de heide van Willem Knip. Het schilderij toont geen romantisch decor, maar een handeling die hoort bij het boerenbedrijf. De boer, het paard, de wagen en de heide vormen samen één systeem van werken en leven.

Blaricumse heide, van de kunstschilder Willem (w.A.) Knip, een bekende schilder van de Larense School.
Potstal op de heide, Willem Knip. Boer met paard en wagen op de heide, waar plaggen worden afgestoken voor de potstalmethode; het werk laat zien hoe landschap en boerenbedrijf in het Gooi nauw met elkaar verbonden waren, Gooise Galerie. Foto: Ronnie Rokebrand

In zo’n beeld wordt duidelijk dat de Larense School niet alleen over natuur gaat. Het landschap kreeg zijn karakter door wat er dagelijks gebeurde. De heide, de zandwegen en de akkers waren niet los te denken van arbeid, gewoonte en seizoensritme. Voor kunstenaars uit de stad voelde dat als een wereld die langzaam begon te kantelen door nieuwe landbouwmethoden, betere verbindingen en de groeiende invloed van de moderne tijd.

Een kunstenaarskolonie, geen vaste stijl

Laren en Blaricum boden schilders meer dan alleen motieven. Dat “meer” was ook praktisch. In de late 19de eeuw werd reizen eenvoudiger en sneller. De komst van de Gooische Stoomtram maakte de dorpen beter bereikbaar vanuit Amsterdam en andere plaatsen in het Gooi. Kunstenaars konden in Laren en Blaricum werken en wonen zonder de band met de stad, de kunstmarkt en verzamelaars volledig te verliezen.
Tegelijkertijd kreeg “authenticiteit” een nieuwe waarde in een Nederland dat moderniseerde. Het Gooi bood een bijzondere combinatie. Het was bereikbaar vanuit de stad, maar bewaarde tegelijkertijd nog een ouder, landelijk ritme. Dat maakte Laren aantrekkelijk voor kunstenaars, maar ook voor kopers, verzamelaars en bezoekers die in het dorpsleven iets zagen wat in de stad verloren dreigde te gaan.
Hotel Hamdorff werd een belangrijk middelpunt van die kunstenaarswereld. Het was meer dan een plek om te eten of te logeren. Kunstenaars ontmoetten er elkaar, bespraken werk, legden contacten, verkochten schilderijen en kwamen in aanraking met verzamelaars. In zo’n omgeving werd kunst niet alleen gemaakt in het atelier of buiten in het landschap, maar ook gevoed door gesprekken, vriendschappen, ontmoetingen en onderlinge aanmoediging.
Dat sociale leven is mooi voelbaar in Het kroegje van Jan Hamdorff van Cornelis Vreedenburgh. Het interieur is warm, rokerig en vol beweging. Rond de biljarttafel, bij de stoelen en aan de tafels lijkt het gesprek gewoon door te gaan. Het schilderij toont geen officieel kunstenaarsatelier, maar een levendige ruimte waar dorpsleven, ontspanning, kunst en netwerk elkaar raakten. Daardoor wordt zichtbaar waarom een kunstenaarskolonie meer is dan een verzameling schilders op dezelfde plek. Zij leeft ook van ontmoeting.

Het kroegje van Jan Hamdorff, Cornelis Vreedenburgh. Interieur van het Larense kunstenaarscafé waar bezoekers rond de biljarttafel en aan de tafels samenkomen; het schilderij laat zien hoe belangrijk ontmoeting, gesprek en gezelligheid waren voor het kunstenaarsleven in Laren, 1941, particuliere collectie. Ⓟ Publiek domein
Het kroegje van Jan Hamdorff, Cornelis Vreedenburgh. Interieur van het Larense kunstenaarscafé waar bezoekers rond de biljarttafel en aan de tafels samenkomen; het schilderij laat zien hoe belangrijk ontmoeting, gesprek en gezelligheid waren voor het kunstenaarsleven in Laren, 1941, particuliere collectie. Ⓟ Publiek domein

Het dagelijkse leven leverde de onderwerpen; het kunstenaarsnetwerk zorgde voor uitwisseling, zichtbaarheid en continuïteit. Daardoor kon Laren uitgroeien tot meer dan een schilderachtig dorp. Het werd een plek waar kunstenaars elkaar vonden, waar werk werd besproken en waar de band tussen kunst, dorp en publiek steeds sterker werd.
Binnen zo’n kolonie konden ook vrouwelijke kunstenaars meer ruimte vinden dan in het strengere academische circuit. In Laren en Blaricum waren vrouwen niet alleen bezoekers, maar makers met een eigen oeuvre en netwerk. Tegelijk bleef erkenning ongelijk verdeeld. De toegang tot markt, opdrachten en publieke waardering verliep voor hen vaak moeizamer. Daarom zijn namen als Wally Moes en Arina Hugenholtz geen bijzaak, maar onderdeel van de structuur van de kolonie zelf.
De Larense School bestond dus niet uit één stijl, maar uit een gedeelde omgeving. Wat de kunstenaars verbond, was minder een techniek dan een keuze: zij richtten zich op het directe leven, het landschap dichtbij huis, het boerenbestaan, dorpsgezichten en interieurs waarin het daglicht door kleine ramen valt.

Van eerste naar tweede generatie

Binnen die gedeelde keuze is wel een duidelijke ontwikkeling te zien. De eerste generatie sloot sterk aan bij de Haagse School. Kunstenaars als Jozef Israëls, Anton Mauve, Albert Neuhuys, Hein Kever, Wally Moes en Arina Hugenholtz werkten vaak met gedempte tonen, zachte lichtval en aandacht voor het gewone leven. Hun schilderkunst was verwant aan Barbizon en aan de Haagse School. Het was ingetogen, atmosferisch en gericht op mens en landschap.
Rond 1900 verschoof het accent bij een nieuwe generatie kunstenaars. Dezelfde heide, zandwegen en dorpsgezichten bleven onderwerp van hun kunstwerken, maar kleur, toets en ritme werden zelfstandiger. De schilderkunst werd minder beschrijvend en meer opgebouwd uit kleur, toets, vlak en licht. Bij kunstenaars als Ferdinand Hart Nibbrig en Co Breman werd de invloed van pointillisme en luminisme zichtbaar. Licht werd niet alleen meer geschilderd als atmosfeer, maar ook ontleed in stippen, streepjes en kleurcontrasten.
Daardoor vormt de Larense School een scharnier. Zij bewaart het realistische vertrouwen in het waarneembare, maar opent tegelijk de deur naar een losser schilderen waarin toets, kleur en stemming steeds zelfstandiger worden. Wie de Larense School volgt, ziet dus niet één stijl, maar een ontwikkeling van traditie naar vernieuwing, en van een wereld die werd vastgehouden naar een beeldtaal die steeds vrijer durfde te worden.
Albert Neuhuys staat midden in die eerste, intieme wereld van dorpsleven en boereninterieurs. In Druk bezig laat hij zien hoe een boereninterieur door zacht daglicht verandert in een besloten, warme ruimte. De vrouwen en kinderen zijn bezig met gewone handelingen, maar het licht geeft de scène een stille samenhang.

Druk bezig, van Albert Neuhuys. Hij was een van de belangrijkste schilders van de Larense School en werd vooral bekend om zijn schilderijen van boereninterieurs en dorpsfiguren. In dergelijke schilderijen zien we vaak vrouwen en kinderen in het eenvoudige interieur van een Gooise boerderij, verlicht door zacht daglicht dat door een deur of raam naar binnen valt. National Galleries of Scotland. Ⓟ Publiek domein
Druk bezig, Albert Neuhuys. Boereninterieur waarin zacht daglicht vrouwen en kinderen tot een intieme, stille wereld samenbindt, 1872–1892, National Galleries of Scotland, Edinburgh. Ⓟ Publiek domein

Wat u gaat leren:

  • Ontdek alle kunststromingen en periodes en periodes

    Maak kennis met alle bekende kunststromingen en periodes, zoals primitieve kunst, oude Griekse kunst, de Renaissance, Romantiek, Impressionisme, Modernisme en hedendaagse kunst. Daarnaast besteden we uitgebreid aandacht aan niet-westerse kunst, waaronder Islamitische kunst, Hindoeïstische kunst, Chinese kunst, Oceanische kunst en Afrikaanse kunst, en de globalisering van de kunstwereld.

  • Alle beroemde kunstenaars en hun meesterwerken

    Deze cursus belicht de belangrijkste kunstenaars zoals Sultan Muhammad, Fan Kuan, Leonardo da Vinci, Michelangelo, Utagawa Hiroshige, Vincent van Gogh, Ilja Repin, Pablo Picasso, Marc Chagall, Frida Kahlo, Andy Warhol, Keith Haring, Banksy en vele anderen. Ontdek hun meest invloedrijke werken en hun impact op de kunstgeschiedenis.

  • Culturele en historische context

    Onze cursus richt zich op de culturele, sociale, politieke en economische omstandigheden waarin kunstwerken zijn gemaakt. Dit biedt u een breed zicht op hoe kunst de samenleving weerspiegelt en beïnvloedt.

  • Diverse media en technieken

    Ontdek diverse kunstvormen en technieken, van schilderen en beeldhouwen tot prentkunst, fotografie en digitale kunst. Verbreed uw kennis en waardering voor de verschillende manieren waarop kunst tot leven komt.