Les 27: Art Nouveau en Art Deco
Uw cursus:
40 lessen voor slechts € 69,50
Geen inschrijvingskosten
Videolessen door 40 AI-instructeurs
24/7 ondersteuning door Jacky, uw AI-assistente
Hoogwaardige teksten en meer dan duizend afbeeldingen
Studeren in uw eigen tempo
De beste prijs voor de hoogste kwaliteit
Begin binnen enkele minuten
Een nieuwe stijl voor een nieuwe tijd
Als er twee stijlbegrippen zijn die vaak met elkaar worden verward, dan zijn het Art Nouveau en Art Deco. Toch horen zij niet bij dezelfde tijd. Het zijn geen gelijktijdige stromingen, maar opeenvolgende fasen in de kunst, vormgeving en architectuur. Art Nouveau had wortels in de jaren 1880, maar bloeide vooral van de vroege jaren 1890 tot de Eerste Wereldoorlog. Art Deco ontwikkelde zich pas daarna krachtig en drukte vooral tussen circa 1918 en het einde van de jaren dertig haar stempel op de moderne beeldcultuur.
De verwarring is begrijpelijk, omdat beide stijlen de grens tussen kunst en gebruiksvoorwerp bewust opzoeken. Beide wilden schoonheid terugbrengen in het dagelijks leven. Maar hun beeldtaal verschilt wezenlijk. Art Nouveau zocht haar vormen in de natuur, in ranken, bloemen, insecten en golvende lijnen. Art Deco richtte de blik juist vooruit, naar de moderne wereld van techniek, luxe, snelheid en gestroomlijnde elegantie. De ene stijl lijkt te groeien, de andere lijkt te zijn ontworpen.
Art Nouveau was bovendien geen naam die overal op dezelfde manier werd gebruikt. In Duitsland sprak men vaak van Jugendstil, in Spanje van Modernismo, in Oostenrijk van de Secession-stijl, in Italië van Stile Floreale en in Engeland van Modern Style. In Nederland gebruikte men ook de benaming Nieuwe Kunst. Die veelheid aan namen laat zien hoe breed deze vernieuwing was. Het ging niet om één gesloten school, maar om een internationale beweging die zich in verschillende landen met een eigen accent ontwikkelde.
Toch deelden die varianten eenzelfde verlangen. Kunstenaars en ontwerpers wilden weg uit de vermoeidheid van de 19de eeuw, waarin zoveel stijlen teruggrepen op het verleden. Overal doken neogotische, neobarokke en neorenaissancevormen op. Alsof de kunst haar eigen tijd niet meer vertrouwde en alleen nog in oude talen kon spreken. Daartegen keerde de Art Nouveau zich. Zij wilde niet opnieuw citeren, maar opnieuw beginnen. Daarom was de naam Nieuwe Kunst zo treffend. Men zocht werkelijk naar een nieuwe vormentaal voor een nieuwe tijd.
De toegepaste kunst speelde daarin een voortrekkersrol. Glas, keramiek, sieraden, meubels, textiel en boekvormgeving liepen vaak voorop. Dat zie je goed in Glazen vaas van Émile Gallé. De bloemmotieven lijken niet simpelweg op het glas aangebracht, maar groeien als het ware uit het materiaal zelf. Daarmee laat Gallé zien hoe Art Nouveau schoonheid niet op een voorwerp plakte, maar uit het voorwerp zelf wilde laten ontstaan.

Bij kunstenaars als Gallé komen experiment en natuurbeleving sterk samen. In zijn glaswerk worden bloemen, planten en insecten geen losse versiering, maar een beeldtaal waarin materiaal, kleur en motief één geheel vormen. Glas wordt niet alleen transparant of decoratief, maar krijgt iets levends, alsof het van binnenuit beweegt. Zulke objecten tonen hoe de Art Nouveau een alledaags voorwerp kon veranderen in een drager van sfeer, natuur en verfijning.
Ook in Nederland kreeg deze nieuwe stijl een eigen gezicht. De Nederlandse Nieuwe Kunst was vaak iets soberder en constructiever dan de zwierige Franse of Belgische Art Nouveau. Ontwerpers als H.P. Berlage, Theo Nieuwenhuis, Lion Cachet, Chris Lebeau en Dijsselhof zochten naar een moderne vormentaal waarin ornament, ambacht en constructie met elkaar verbonden werden. Dat Nederlandse accent zie je ook in keramiek en gebruiksvoorwerpen. In een object als Wandbord wordt de bloem niet natuurgetrouw afgebeeld, maar omgezet in een ritmisch patroon van lijnen en vormen.

Dat wandbord maakt duidelijk dat Art Nouveau niet alleen in grote gebouwen of kostbare interieurs zichtbaar was. De stijl vond ook haar weg naar keramiek, serviezen en sierobjecten die in woningen konden worden gebruikt. Daardoor werd het ideaal van schoonheid in het dagelijks leven concreet. Kunst was niet langer alleen iets dat je bekeek in een museum of salon, maar iets dat je kon vasthouden, gebruiken en om je heen kon verzamelen.
Art Nouveau, de organische lijn als uitgangspunt
Wat de Art Nouveau meteen herkenbaar maakt, is haar voorkeur voor het organische. Lijnen buigen, slingeren, zwellen aan en lopen weer terug, alsof zij zich gedragen als stengels, waterplanten of haren in de wind. In plaats van strenge symmetrie en klassieke orde verscheen een vormentaal die zich vrijer door de ruimte beweegt. Die beweging oogt sierlijk, maar is niet vrijblijvend. Zij is een bewuste afwijzing van starre composities en van een vormgeving die vooral op historische voorbeelden berustte.
De natuur werd daarbij niet simpelweg nagebootst. Het ging zelden om een letterlijke kopie van een bloem of blad. Kunstenaars van de Art Nouveau bestudeerden de natuur vooral als bron van ritme, groei en samenhang. Daardoor lijken hun ontwerpen vaak organisch gegroeid in plaats van opgebouwd. Een lijn eindigt niet abrupt, maar vloeit over in een volgende vorm. Een ornament vertakt zich. Een handgreep, lampvoet of raamomlijsting krijgt iets dat bijna plantaardig aandoet.
Die gedachte werd het meest overtuigend wanneer een heel interieur vanuit één samenhangend idee werd ontworpen. In Interieur van een eetkamer zie je hoe meubels, verlichting, wandbekleding, glas en architectuur samen één doorlopende wereld vormen. Niets staat los van de rest. De kamer wordt niet alleen ingericht, maar als totaalbeeld vormgegeven.

In zulke interieurs zie je hoe groot de ambitie van de Art Nouveau was. De stijl beperkte zich niet tot één kunstvorm, maar verbond architectuur, interieurkunst, decoratie en gebruiksvoorwerpen met elkaar. De architect ontwierp niet alleen het gebouw, maar dacht ook mee over trappen, deuren, ramen, lambrisering, meubels en verlichting. Kunstenaars ontwierpen affiches, serviezen, stoffen, juwelen en boekbanden. Vaklieden voerden die ontwerpen uit in hout, glas, metaal, keramiek en textiel. Zo ontstonden interieurs waarin alles dezelfde sfeer ademt.
Een ander belangrijk kenmerk is de asymmetrie. Oudere stijlen gingen vaak uit van evenwicht links en rechts, maar de Art Nouveau durfde het beeld open te breken. Dat paste bij haar natuuropvatting. Ook in de natuur is niet alles in spiegelbeeld geordend. Een tak buigt onverwacht af, een bloemblad ligt niet exact gelijk aan het andere en een plant zoekt haar eigen weg naar het licht. In de kunst en vormgeving van deze periode werd die vrije, asymmetrische opbouw bewust ingezet om een levendiger geheel te maken.
Kunst, ambacht en het dagelijks leven
De Art Nouveau bouwde voort op een bredere 19de-eeuwse discussie over kunst, ambacht en industrie. De Arts & Crafts-beweging had al kritiek geleverd op zielloze massaproductie en gepleit voor eerlijke materialen, goed vakmanschap en schoonheid in het dagelijks leven. De Art Nouveau nam dat verlangen deels over, maar gaf het een internationaler en moderner gezicht. Zij wilde niet alleen terug naar ambachtelijke zorg, maar ook een geheel nieuwe stijl voor de moderne tijd scheppen.
De liefde voor verfijnde contouren en decoratieve vlakken zie je ook in juwelen en sierobjecten. Soms grepen ontwerpers terug op technieken die al veel ouder waren, zoals emailwerk dat herinnert aan cloisonné. Zulke invloeden werden niet letterlijk gekopieerd, maar opgenomen in een nieuwe beeldtaal van ranken, bloemen, insecten en vrouwelijke figuren. Binnen die wereld behoort Philippe Wolfers tot de meest verfijnde ontwerpers.
In Orchidee valt bloemvorm, materiaal en decoratie bijna volledig samen. De pot is niet alleen een drager voor een plant, maar wordt zelf bloemachtig. Daarmee laat Wolfers zien hoe dun de grens tussen natuurmotief, kunstobject en luxe gebruiksvoorwerp in de Art Nouveau kon worden.

Wat u gaat leren:
Ontdek alle kunststromingen en periodes
Maak kennis met alle bekende kunststromingen en periodes, zoals primitieve kunst, oude Griekse kunst, de Renaissance, Romantiek, Impressionisme, Modernisme en hedendaagse kunst. Daarnaast besteden we uitgebreid aandacht aan niet-westerse kunst, waaronder Islamitische kunst, Hindoeïstische kunst, Chinese kunst, Oceanische kunst en Afrikaanse kunst, en de globalisering van de kunstwereld.
Alle beroemde kunstenaars en hun meesterwerken
Deze cursus belicht de belangrijkste kunstenaars zoals Sultan Muhammad, Fan Kuan, Leonardo da Vinci, Michelangelo, Utagawa Hiroshige, Vincent van Gogh, Ilja Repin, Pablo Picasso, Marc Chagall, Frida Kahlo, Andy Warhol, Keith Haring, Banksy en vele anderen. Ontdek hun meest invloedrijke werken en hun impact op de kunstgeschiedenis.
Culturele en historische context
Onze cursus richt zich op de culturele, sociale, politieke en economische omstandigheden waarin kunstwerken zijn gemaakt. Dit biedt u een breed zicht op hoe kunst de samenleving weerspiegelt en beïnvloedt.
Diverse media en technieken
Ontdek diverse kunstvormen en technieken, van schilderen en beeldhouwen tot prentkunst, fotografie en digitale kunst. Verbreed uw kennis en waardering voor de verschillende manieren waarop kunst tot leven komt.

