Les 3: Oud-Egyptische en Mesopotamische kunst
Uw cursus:
40 lessen voor slechts € 69,50
Geen inschrijvingskosten
Videolessen door 40 AI-instructeurs
24/7 ondersteuning door Jacky, uw AI-assistente
Hoogwaardige teksten en meer dan duizend afbeeldingen
Studeren in uw eigen tempo
De beste prijs voor de hoogste kwaliteit
Begin binnen enkele minuten
Beelden vol levenskracht
Magie en religie speelden in veel vroege culturen een hoofdrol. Dat zagen we al bij de prehistorische en vroege kunst en bij de precolumbiaanse kunst. In Egypte werd die verbinding misschien wel het meest tastbaar. Kunst was er geen decoratie, maar een middel om het leven te ordenen, te beschermen en vooral voort te zetten na de dood. Een beeld was niet alleen een afbeelding, maar een mogelijke drager van aanwezigheid. Wat men vormgaf, kon werkzaam worden. Wat men afbeeldde, kreeg een plaats in een wereld waarin ritueel, herinnering en voortbestaan onlosmakelijk met elkaar verbonden waren.
Kunst die werkt
Achter deze kunst stond geen individuele kunstenaar zoals wij die later kennen, maar een ambachtsman binnen een groter geheel. Beeldhouwers, schilders en schrijvers werkten in ateliers die verbonden waren aan tempels, paleizen en koninklijke domeinen. Hun kennis werd doorgegeven, niet vernieuwd om de vernieuwing zelf. Juist die collectieve werkwijze verklaart waarom vormen, houdingen en composities eeuwenlang herkenbaar bleven. Kunst moest betrouwbaar zijn. Wat eenmaal werkte, mocht niet zomaar veranderen.
Dat idee zie je terug in graven en tempels. In graven plaatste men beelden van dienaren en dienaressen, zodat zij in het hiernamaals hun taken konden blijven uitvoeren. Ook reliëfs en schilderingen deden mee. Zij moesten voedsel, offers, landschappen, boten, muziek en rituelen beschikbaar maken voor de overledene. In tempels stonden godenbeelden en faraobeelden niet om bewonderd te worden, maar om de kosmische orde te bevestigen en de goddelijke aanwezigheid te laten neerdalen. Het verschil tussen grafkunst en tempelkunst is daarom fundamenteel. Grafkunst richtte zich op het voortbestaan van een concrete dode, tempelkunst op de voortdurende relatie tussen god, koning en wereldorde.
Een beeld werd bovendien niet vanzelf werkzaam. Tijdens het zogenoemde mond-openingsritueel raakten priesters het beeld of de mummie met speciale instrumenten aan, zodat het symbolisch weer kon ademen, zien, horen en spreken. Pas dan was het werkelijk beschikbaar als drager van aanwezigheid. Zo wordt goed zichtbaar hoe letterlijk de Egyptenaren over kunst dachten. Een beeld stelde niet alleen iets voor, maar kon ritueel tot functioneren worden gebracht. Vrijwel alles wat je nu in steen ziet, was ooit gekleurd. Reliëfs, beelden en wanden waren beschilderd; huid, sieraden, pruiken en linnen spraken in pigment. De tijd heeft veel weggevaagd, maar juist daardoor besef je hoe groot de afstand is tussen ons museumbeeld en de oorspronkelijke ervaring.

Lichaam, masker en voortbestaan
Als beelden konden werken, moest het lichaam dat ook kunnen, als herkenbaar ankerpunt. Daarom mummificeerde men de overledene, werden de verwijderde organen vaak in canopen geplaatst en kreeg de mummie een herkenbaar masker. Niet uit ijdelheid, maar uit noodzaak. Herkenning betekende toegang; zonder herkenning geen terugkeer. Ook het lichaam van de koning moest zo goed mogelijk behouden blijven, zodat het niet aan verval werd prijsgegeven.
Via rituele handelingen kwamen schilderingen en beelden als het ware tot leven. Beelden van dienaren en dienaressen gingen mee het graf in, zodat zij ook in het hiernamaals hun functies konden blijven verrichten. Andere beelden, waaronder godenbeelden en faraobeelden, kregen een plek in tempelcomplexen. Wat wij nu vaak als kleurloze steen zien, was ooit een wereld in pigment, goud, blauw, rood en groen.

Het begrip ziel voor de oud-Egyptenaren
In Egypte zijn beeld en schrift nauw met elkaar verweven. Hiërogliefen zijn geen abstracte tekens, maar herkenbare beelden van mensen, dieren en voorwerpen. Schrijven is hier ook tekenen, en tekenen is handelen. Woord en beeld versterken elkaar; wat geschreven of afgebeeld is, krijgt bestaanskracht. Dat geldt voor namen, voor spreuken en voor rituelen die op muren en papyri zijn vastgelegd.
De Egyptenaren spraken niet over één ziel, maar over verschillende aspecten van bestaan die samen het voortleven mogelijk maakten. In dit hoofdstuk gebruik ik drie kernbegrippen die je vaak tegenkomt: ka, ba en akh.
De ka, levenskracht en identiteit
De ka kun je zien als levenskracht én als iemands wezenlijke identiteit, dat wat je laat bestaan en dat offers kan ontvangen. Bij geboorte werd de ka geschonken; bij de dood verliet zij het lichaam, maar zij moest wel gevoed kunnen worden. Daarom stonden in graven offerscènes, offerlijsten en, heel belangrijk, een beeld dat als drager van aanwezigheid kon dienen.
Dit zogenoemde ka-beeld was een vorm van zekerheid. Als het lichaam beschadigd raakte, bleef er een alternatief herkenningspunt bestaan. Offers werden niet alleen letterlijk geconsumeerd, maar ook spiritueel beschikbaar gemaakt.

De ba, persoonlijkheid in beweging
De ba is het deel van de persoon dat zich kan verplaatsen, je persoonlijkheid, je beweeglijke aanwezigheid. In afbeeldingen verscheen de ba vaak als een vogel met mensenhoofd, licht, mobiel en herkenbaar. Overdag kon de ba het graf verlaten en terugkeren. Dat verklaart waarom graven schijndeuren kregen, symbolische doorgangen die voor indringers gesloten zijn, maar voor de ba open. Het verklaart ook waarom herkenbaarheid zo belangrijk bleef. Het dodenmasker was niet alleen schoonheid, maar ook een sleutel.

Wat u zult leren:
Ontdek alle kunststromingen en periodes
Maak kennis met alle bekende kunststromingen en periodes, zoals primitieve kunst, oude Griekse kunst, de Renaissance, Romantiek, Impressionisme, Modernisme en hedendaagse kunst. Daarnaast besteden we uitgebreid aandacht aan niet-westerse kunst, waaronder Islamitische kunst, Hindoeïstische kunst, Chinese kunst, Oceanische kunst en Afrikaanse kunst, en de globalisering van de kunstwereld.
Alle beroemde kunstenaars en hun meesterwerken
Deze cursus belicht de belangrijkste kunstenaars zoals Sultan Muhammad, Fan Kuan, Leonardo da Vinci, Michelangelo, Utagawa Hiroshige, Vincent van Gogh, Ilja Repin, Pablo Picasso, Marc Chagall, Frida Kahlo, Andy Warhol, Keith Haring, Banksy en vele anderen. Ontdek hun meest invloedrijke werken en hun impact op de kunstgeschiedenis.
Culturele en historische context
Onze cursus richt zich op de culturele, sociale, politieke en economische omstandigheden waarin kunstwerken zijn gemaakt. Dit biedt u een breed zicht op hoe kunst de samenleving weerspiegelt en beïnvloedt.
Diverse media en technieken
Ontdek diverse kunstvormen en technieken, van schilderen en beeldhouwen tot prentkunst, fotografie en digitale kunst. Verbreed uw kennis en waardering voor de verschillende manieren waarop kunst tot leven komt.

