Les 6: Byzantijnse kunst
Uw cursus:
40 lessen voor slechts € 69,50
Geen inschrijvingskosten
Videolessen door 40 AI-instructeurs
24/7 ondersteuning door Jacky, uw AI-assistent
Hoogwaardige teksten en meer dan duizend afbeeldingen
Studeren in uw eigen tempo
De beste prijs voor de hoogste kwaliteit
Begin binnen enkele minuten
Het zichtbaar maken van het onzichtbare
Wanneer we naar Byzantijnse kunst kijken, kijken we naar Rome dat is doorgegaan, maar van binnenuit is veranderd. Het is dezelfde erfenis van wegen, wetten en steden, maar met een nieuw hart, het christendom. In 313 na Chr. spraken keizer Constantijn en zijn medekeizer Licinius in het Edict van Milaan af dat christenen hun geloof vrij mochten uitoefenen. Niet lang daarna groeide het christendom uit tot de dominante religie, en in 380 maakte keizer Theodosius I met het Edict van Thessaloniki het christendom tot staatsgodsdienst. Vanaf dat moment kreeg kunst een taak die groter was dan schoonheid. Zij moest het geloof zichtbaar maken, het rijk legitimeren en de gelovige iets laten ervaren van een werkelijkheid die boven het aardse uitsteeg.
In 330 wijdde Constantijn zijn nieuwe hoofdstad Constantinopel in, gebouwd op de plek van het oude Byzantium. Het werd het politieke en geestelijke centrum van het Oost-Romeinse Rijk. Wij noemen dat nu het Byzantijnse Rijk, maar de inwoners noemden zichzelf gewoon Romeinen. Grieks werd de dominante taal, het hof ontwikkelde een eigen ceremonieel en de kerk kreeg een gewicht dat je in het westen minder sterk ziet. Keizer en kerk stonden dicht bij elkaar. De keizer was geen priester, maar wel beschermer van de kerk en bewaker van de juiste leer. In die wereld ontstond een beeldtaal die niet de zichtbare werkelijkheid wilde nabootsen, maar het geloof zichtbaar wilde maken.
De geschiedenis van dit rijk kende hoogtepunten en schokken. Er was de bouwdrift onder Justinianus in de 6de eeuw, er was de beeldenstrijd in de 8ste en 9de eeuw, er was de breuk tussen oost en west in 1054, en er was de ramp van 1204, toen kruisvaarders Constantinopel plunderden en er een Latijns rijk ontstond. Die plundering was niet alleen een politieke ramp, maar ook een artistieke breuk. Kerken werden leeggeroofd, relieken en kunstwerken verdwenen naar het westen, en het culturele zelfvertrouwen van het rijk kreeg een zware slag. Byzantium herstelde zich daarna nog, maar verzwakte steeds verder. In 1453 viel Constantinopel uiteindelijk aan de Ottomanen, en daarmee eindigde het rijk. De kunst verdween echter niet. Zij leefde voort in de orthodoxe wereld en liet ook in het westen diepe sporen na.

De geschiedenis van Byzantium is dus geen rechte lijn van glorie, maar een lang verhaal van opbouw, crisis, herstel en voortleven. Juist daardoor is de kunst van dit rijk zo rijk aan lagen. Zij draagt iets van keizerlijke trots in zich, maar ook iets van kwetsbaarheid. Veel beelden en gebouwen ontstonden in een wereld die voortdurend moest verdedigen wat zij als waar en heilig beschouwde.
Van catacomben naar koepels
Lang voordat keizers kerken bouwden, was christelijke kunst bescheiden en voorzichtig. In de catacomben rond Rome schilderden gelovigen scènes en symbolen die herkenbaar waren voor ingewijden, Jona die wordt gered, de goede herder, en de vis als teken van Christus. Het waren beelden van hoop, vaak gemaakt in een sfeer van spanning, omdat vervolging en maatschappelijke onzekerheid nooit ver weg waren. Naast muurschilderingen ontstonden ook kleine objecten, zoals ivoren panelen, reliëfs op sarcofagen en eenvoudige tekens die het geloof zichtbaar maakten zonder te schreeuwen.
Na 313 veranderde de schaal. Gemeenschappen konden zich openlijk organiseren en het christendom kreeg publieke gebouwen. De Romeinse basilica, oorspronkelijk bedoeld voor rechtspraak en handel, bleek ideaal als kerk. Zij was langgerekt, geschikt voor grote groepen en eindigde in een apsis waar altaar en liturgie een vanzelfsprekend middelpunt vormden. Daarmee verschoof ook de kunst. De kunst van de klassieke oudheid had gestreefd naar een overtuigende ruimte en een levendig weergegeven lichaam. Byzantium koos steeds vaker voor frontale figuren, verstilde houdingen en een beeldtaal vol symbolische betekenis. Dat kwam niet door een gebrek aan vakmanschap, maar door een ander doel. Het beeld hoefde niet in de eerste plaats de zichtbare werkelijkheid overtuigend na te bootsen, maar moest voelbaar maken dat er een hogere werkelijkheid achter schuilging.

Dat nieuwe doel zie je al vroeg in kleine kunstwerken. Een lichaam hoefde niet meer beweeglijk te zijn om krachtig aanwezig te worden. Ook een figuur die niet in een geloofwaardige ruimte stond, kon toch overtuigen. De blik werd rechter, de houding rustiger, de uitdrukking meer naar binnen gekeerd. In Byzantijnse kunst verschoof de aandacht van het tijdelijke moment naar de blijvende aanwezigheid.

De aartsengel op dit ivoren paneel is niet in beweging. Hij zweeft als het ware in een andere werkelijkheid. De grote ogen, de rechte houding en de serene strengheid wijzen allemaal op innerlijke concentratie. Byzantijnse kunst zoekt niet het drama van het moment, maar de rust van het eeuwige.
In zulke vroege werken wordt zichtbaar dat Byzantijnse kunst niet kleiner dacht dan de klassieke kunst, maar anders. De klassieke oudheid wilde het zichtbare overtuigend maken. Byzantium wilde het onzichtbare nabij brengen. Dat verschil bepaalt bijna alles wat hierna komt, in mozaïeken, in iconen, in kerken en zelfs in de manier waarop licht over goud en glas beweegt.
Het licht van God in glas en goud
In de 6de eeuw bereikte de Byzantijnse kunst een indrukwekkend hoogtepunt onder keizer Justinianus I. Hij regeerde vanuit Constantinopel en droomde van het herstel van de Romeinse eenheid, maar ook van een rijk dat de glans van God weerspiegelde. Dat zag je in wetten en legers, maar misschien nog sterker in gebouwen en beelden. Kunst werd een vorm van staatskracht én een vorm van geloofstaal.
Ravenna was in die tijd een sleutelstad in Italië. Niet omdat de hoofdstad daarheen verhuisde, maar omdat Ravenna als machtscentrum in het westen onder Byzantijnse invloed stond en er kerken werden gebouwd en verfraaid die de Byzantijnse stijl bijna intact bewaren. In de basiliek San Vitale zie je hoe politiek en theologie samenvielen.

Wat u zult leren:
Ontdek alle kunststromingen en periodes
Maak kennis met alle bekende kunststromingen en periodes, zoals primitieve kunst, oude Griekse kunst, de Renaissance, Romantiek, Impressionisme, Modernisme en hedendaagse kunst. Daarnaast besteden we uitgebreid aandacht aan niet-westerse kunst, waaronder Islamitische kunst, Hindoeïstische kunst, Chinese kunst, Oceanische kunst en Afrikaanse kunst, en de globalisering van de kunstwereld.
Alle beroemde kunstenaars en hun meesterwerken
Deze cursus belicht de belangrijkste kunstenaars zoals Sultan Muhammad, Fan Kuan, Leonardo da Vinci, Michelangelo, Utagawa Hiroshige, Vincent van Gogh, Ilja Repin, Pablo Picasso, Marc Chagall, Frida Kahlo, Andy Warhol, Keith Haring, Banksy en vele anderen. Ontdek hun meest invloedrijke werken en hun impact op de kunstgeschiedenis.
Culturele en historische context
Onze cursus richt zich op de culturele, sociale, politieke en economische omstandigheden waarin kunstwerken zijn gemaakt. Dit biedt u een breed zicht op hoe kunst de samenleving weerspiegelt en beïnvloedt.
Diverse media en technieken
Ontdek diverse kunstvormen en technieken, van schilderen en beeldhouwen tot prentkunst, fotografie en digitale kunst. Verbreed uw kennis en waardering voor de verschillende manieren waarop kunst tot leven komt.

